Oogstbrigades op pad...

In de zomer hangen struiken en bomen weer vol vruchten. Drukke tijden dus voor de oogstteams van de lokale sociale economiebedrijven die uitrukken om het zaad van waardevolle Planten van hier te verzamelen. Met respect voor de natuur en oog voor de genetische diversiteit oogsten ze manueel honderden kilo´s zaad dat naderhand wordt opgekweekt door gespecialiseerde kwekers. Deze zorgen op hun beurt dat de plantjes alles krijgen wat ze nodig hebben om uit te groeien tot sterke “Planten van hier”.
Voor 2011 wordt er een pluktotaal van meer dan twee ton vers zaad beoogd. Afhankelijk van wat Moeder Natuur aan zaden en bessen op de autochtone locaties in petto heeft, zullen er een aantal plukquota behaald worden en weer andere onbereikbaar blijken

“Ik ga oogsten en ik neem mee…”

Gewapend met een paar hoge ladders, een haak om takken naar te beneden te houden, een paar lege emmers, jute zakken en een elektronische weegschaal trekken de plukkers er elke morgen om 8 u op uit. Hun tocht wordt op voorhand uitgestippeld door de monitor die op basis van een verzameling oogstfiches met de bijbehorende plannetjes de oogstpotentie van de locaties inschat. Hij stuurt bepaalde mannen de boom in, laat anderen de onderste etage plukken en bepaalt wanneer het niet meer de moeite loont en er naar een volgende locatie wordt doorgereden. Ten slotte wordt al het vers geplukte zaad in de loods op droogrekken of zeilen uitgespreid. Als de hoeveelheid verzameld zaad voldoende groot is, geeft de monitor de kweker een seintje en komt deze het zaad ophalen.

De oogstteams worden achter de schermen met raad en daad bijgestaan door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bos Onderzoek (INBO). Tijdens het project “Een toekomst voor Planten van hier” konden de medewerkers van de Regionale Landschappen steeds terugvallen op de hulp en expertise van deze specialisten

Wat als je eigenaar bent van een autochtone locatie?

Misschien weet je niet eens of je trotse eigenaar van deze waardevolle bomen bent… De oogstteams oogsten alleen op een beperkt aantal locaties die omwille van hun rijkdom aan Planten van hier uitverkoren zijn. Enkele eigenaars hebben hierover reeds een brief ontvangen, anderen krijgen deze binnenkort. Indien je geen toestemming geeft voor het plukken van de zaden, zal het oogstteam vanzelfsprekend niet op jouw perceel oogsten. Het gaat echter slechts om een overgangsfase. Zolang de aangelegde autochtone zaadgaarden - boomgaarden waar zaad geoogst zal worden – nog onvoldoende productief zijn, zal er ook ‘in het veld’ geplukt worden. Binnen een periode van 5 tot 10 jaar zullen de zaadgaarden vermoedelijk genoeg zaad leveren om de vraag naar autochtoon plantsoen te dekken. Hierdoor wordt de tijdrovende en dus kostelijke speurtocht naar autochtone zaden op termijn overbodig.

Gezocht: plukhanden…

Rode kornoelje, Hazelaar, Haagbeuk, Meidoorn, Sleedoorn, Wegedoorn, Gelderse roos, … Het merendeel van de soorten zijn tegelijkertijd rijp maar de druk bezette oogstteams kunnen maar op één plaats tegelijk zijn. Op locaties waar verschillende soorten hangen plunderen twee mannen met plukladders de bovenste etage terwijl de andere twee zich op de lagere takken storten. Maar het is doorwerken geblazen…
Indrukwekkende vondsten
Als de oogstteams waardevolle bosrelicten en oude landschappen van Vlaanderen doorkruisen, staan ze soms oog in oog met een prachtexemplaar van een boom, overweldigend struweel of een monumentale stoof. Deze vondsten worden nauwkeurig doorgegeven aan het INBO, het Instituut voor Natuur- en Bos Onderzoek, waar specialisten deze gegevens verzamelen en de bijzondere locaties ter plaatse gaan bekijken.

Oogst(z)weetjes…

  • De vraag naar zaad van haagbeuk en hazelaar is relatief groot, en niet alleen vanuit de kweeksector. De oogstteams ondervinden immers heel wat concurrentie van de natuur. Het is alles behalve eenvoudig om vruchtdragende autochtone hazelaars te vinden alvorens de eekhoorns, muizen en vogels met de hazelnoten weg zijn…
  • 1 kg hazelnootjes levert slechts zo´n 350tal hazelaars op terwijl uit 1 kg proppen van zwarte els wel 15.000 elzenboompjes opgekweekt kunnen worden
  • een volle zak lindezaad weegt nog steeds minder dan een handvol rozenbottels…
  • vroeger at men op de nuchtere maag een 10-tal wegedoornbesjes die voor de gewenste leegloop van de darmen zorgden. Maar opgepast! Neem je een paar besjes teveel in, dan loop je echt wel leeg… Van een lichte overdosis wegedoornbessen voel je je misselijk, heb je maag- en darmkrampen en ernstige diarree en moet je overgeven. Het wegedoorngif is bovendien schadelijk voor de lever. Het gif hoopt zich op en leidt tot levercirrose. Een slecht werkende lever zorgt ervoor dat giftige stoffen weer in het lichaam terechtkomen.
  • wegedoorn is waardplant voor onder andere de dagvlinders citroenvlinder, boomblauwtje en wegedoornpage en een aantal microvlinders. Het spinthout van wegedoorn is geel en het kernhout roodachtig bruin. Tegenwoordig wordt het hout niet meer gebruikt maar in de IJzertijd verwerkte men het samen met andere houtsoorten, zoals eiken, tot houtskool. Ondertussen staat deze bij ons zeer zeldzame bladverliezende heester of kleine boom op de Vlaamse rode lijst vermeld.
  • de sleedoornpage heeft de sleedoorn als waardplant. De vlinder legt de eitjes in de oksels van takken, waar de eitjes overwinteren. In het voorjaar komen de eitjes uit en vreten de rupsjes van het blad. De vers geplukte sleedoornbessen zullen op de kwekerij geschoond worden. Van de 400 kg blijft er daarna zo´n 50 kg zuiver zaad over. Hieruit kunnen grof geschat 120.000 à 150.000 jonge sleedoornplantjes-van-hier opgekweekt worden. Na twee jaar zijn plantjes klaar om uit te planten.
  • de rijpe bessen van gelderse roos ruiken naar zweetvoeten. Het vers geplukt goedje een paar dagen in een gesloten auto laten liggen, heeft gegarandeerd tot gevolg dat je de auto de komende dagen alleen ter jouwer beschikking hebt…
  • de haagbeuk was in de afgelopen eeuw van weinig economisch belang meer. Vele hagen en houtkanten met haagbeuk zijn dan ook verdwenen of vervangen door andere boom- en struiksoorten. Maar de haagbeukbossen zijn van groot belang als genenbrongebied van bijzondere en zeldzame autochtone bomen en struiken en herbergen een rijke boskruidenflora. Ook uit cultuurhistorisch standpunt zijn haagbeuken niet meer weg te denken uit ons landschap.