wilde lijsterbes

Lijsterbes vraagt een open, vrij lichte bodem. Hij is bodemvaag, maar verkiest licht zure, humusrijke zand-, leem- of veenbodems. Op ondiepe kalkrijke bodems groeit hij slecht. Hij komst hoofdzakelijk voor in lichte loofbossen, aan bosranden en in houtkanten. Het is een pioniersoort en wordt veel aangeplant als park- of straatboom.

Licht

Halfschaduw/licht (het direct beschijnen van de stamvoet door de zon wordt echter slecht verdragen). Verdraagt veel schaduw op gunstige groeiplaatsen.



Habitus

Kleine boom, tot 15 meter hoog; met open, eivormige, kroon en slanke stam



Blad

Verspreid; oneven geveerde samengestelde bladeren; afzonderlijke blaadjes zittend en elliptisch tot lancetvormig; grof gezaagde bladrand waarbij het onderste deel vaak gaafrandig is; top spits; bovenzijde dofgroen, onderzijde blauwachtig grijs; opvallende donkerrode bladsteel



Bloeiwijze

Bloeit in mei-juni
Roomwitte, platte bloeischermen; rechtopstaand; eigenaardig geurend



Vruchten

Oranjerood; in dichte bundels; rond; eetbaar na koken



Gevoeligheden

Gevoelig voor wind, strooizout en bodemverdichting, maar kan in een stadsklimaat gedijen; goed bestand tegen koude, stof, rook en luchtverontreiniging; verdraagt niet goed hoge grondwaterstanden; weinig last van ziekten, maar gevoelig voor kanker (Nectria galligena), verliest vroeg zijn blad bij grote droogte en warmte



Cultuurhistorie

De lijsterbes levert voortreffelijk meubelhout en is ook gezocht voor houtsnijwerk; hout van lijsterbes werd ook gebruikt voor keukengerei en wagenmakershout; jonge twijgen werden gebruikt als rijshout voor oeverbeschoeiingen en de bast als looi- en kleurstof; de bessen kunnen verwerkt worden tot jam, wijn, likeur en jenever; geroosterde bessen leveren een uitstekend koffiesurrogaat



Andere kenmerken

Jonge beplantingen dienen beschermd te worden tegen vraatschade door konijnen, ree├źn en herten; sommige vogels zijn verzot op de bessen.